In onze gemeente staat veiligheid hoog op de agenda. Daarom helpen we u graag alvast een handje op weg met vijf belangrijke veiligheidsthema’s. Hiermee weet u precies hoe u in een noodsituatie moet handelen. Zo maken we Transwijk samen veiliger.

Reanimatie

Weet u nog hoe u de stabiele zijligging uitvoert? Als het slachtoffer eenmaal zelf ademt, dan is het belangrijk dat de luchtweg vrij blijft. Hiervoor gebruikt u de stabiele zijligging. De tong van het slachtoffer kan nu niet in de keel zakken. Voer de stabiele zijligging als volgt uit:

  • Kniel naast het slachtoffer. Zorg ervoor dat zijn of haar benen gestrekt zijn en neem een eventuele bril bij het slachtoffer af.
  • Leg de dichtstbijzijnde arm van het slachtoffer in een rechte hoek: buig de elleboog en leg de handpalm omhoog.
  • Leg de andere arm van het slachtoffer over de borst (met de handrug naar de wang) en houd deze hand vast.
  • Buig met uw andere hand het been van het slachtoffer (het been dat het verst van u verwijderd is).
  • Trek dit been naar u toe. De heup en de knie vormen nu een rechte hoek. Houd de hand van het slachtoffer tegen de wang gedrukt.
  • Kantel het hoofd naar achteren (eventueel met hulp van de hand van het slachtoffer).
  • Blijf de ademhaling controleren door te kijken, luisteren en voelen. Plaats een hand op de overgang van borst op buik, en de andere op de rug.

Letsel

Weet u nog hoe u een shock herkent? Een shock wordt veroorzaakt door onvoldoende circulatie van het bloed: het lichaam krijgt te weinig zuurstof aangeleverd. Stap voor stap nemen de functies van lichaamsdelen (zoals huid, spieren en spijsvertering) af. Een slachtoffer met een shock is te herkennen aan de volgende verschijnselen:

  • Een bleke, koude en klamme huid (met uitzondering van een allergische reactie: hierbij staan de bloedvaten wijd open)
  • Een snelle en oppervlakkige hartslag en ademhaling
  • Slappe en zwakke spieren
  • Dorst, een droge mond en droge lippen
  • Een ingevallen gezicht, een spitse neus en diepliggende ogen
  • Het slachtoffer heeft het koud
  • Het is onrustig, angstig, verward, misselijk en (in een later stadium) suf en futloos

Heeft het slachtoffer deze verschijnselen, maar ziet u geen bloed? Dan is er waarschijnlijk sprake van inwendige bloedingen.

Brand

Weet u nog hoe u bij brand een deur moet openen? Voelt de deur warm aan, dan is er brand aan de andere zijde. Onderneem dan de volgende acties:

  • Laat de deur dicht.
  • Blijf zelf in veilig gebied.
  • Waarschuw de omgeving.
  • Alarmeer de brandweer of de receptie.
  • Houd de deur nat met een brandslang.

Een koude deur mag wel geopend worden, maar met beleid. Leg de rug van uw hand op de klink: als de klink warm is, open de deur dan niet. Buk en houd uw hoofd afgewend, zodat u niet gewond raakt door een eventuele steekvlam. Controleer waar de scharnieren zitten. Draait de deur naar u toe, zet dan een voet tegen de deur zodat deze maximaal enkele centimeters open kan. Draait de deur van u af, ga dan gehurkt achter de muur naast de deurklink zitten. Open de deur een klein stukje en houd de klink vast, zodat de deur weer gesloten kan worden als dat nodig is. Luister ook altijd of u signalen van melders hoort als u twijfelt of er sprake is van brand.

Communicatie

Weet u nog de voor- en nadelen van de verschillende communicatiemiddelen? De wijze waarop de BHV’er wordt gealarmeerd hangt af van de aanwezige communicatiemiddelen. Zo kan er alarm worden geslagen via een omroepinstallatie of via een stil alarm op oproepontvangers, piepers of semafoons. Alle communicatiemiddelen hebben voor- en nadelen voor het gebruik tijdens een incident:

  • DECT-telefoon: heeft als voordeel dat er direct in twee richtingen kan worden gesproken, maar er is geen verbinding mogelijk als de stroom uitvalt.
  • GSM: is ook bruikbaar als de stroom uitvalt, maar de ontvangst hangt af van de aanwezige bruikbare zenders.
  • Portofoons: kunnen zonder steunzenders of stroomnet gebruikt worden en hebben een groot bereik. Nadeel is dat er slechts in één richting tegelijk communicatie mogelijk is.

Ontruiming

Weet u nog welke onderwerpen er in een ontruimingsplan staan? Gebouwen waarin een ontruimingsinstallatie verplicht is, moeten ook een ontruimingsplan hebben. Dit moet op grond van het Besluit Brandveilig Gebruik Bouwwerken, en geldt voor gebouwen als kantoorpanden, ziekenhuizen en scholen. In het ontruimingsplan is stap voor stap omschreven hoe een gebouw veilig wordt ontruimd. De volgende onderwerpen komen aan bod:

  • De manier waarop het personeel wordt ingelicht en geïnstrueerd.
  • Wie opdracht moet geven om te ontruimen.
  • De manier waarop BHV’ers worden gealarmeerd.
  • Hoe werknemers hun werkplek veilig kunnen achterlaten.
  • Of persoonlijke eigendommen kunnen worden meegenomen.
  • Wie nagaat of iedereen de ruimten heeft verlaten.
  • Wie registreert of iedereen op de verzamelplek is aangekomen.
  • De wijze waarop ontruiming in verschillende afdelingen of etages is geregeld.
  • Of en wie er eventueel met een bepaalde taak achterblijft in een ruimte.
  • Waar men zich moet verzamelen, eventueel per afdeling.
  • Hoe er voor de eigendommen van mensen wordt gezorgd.